WBM Toen: “Ik wilde dat staal gewoon graag ruiken.”

WBM bestaat dit jaar 50 jaar. In die 50 jaar heeft een grote groep mensen bij ons gewerkt, oud-collega’s met hun eigen ervaringen en belevenissen. Een vat vol verhalen dus! In ons jubileumjaar tekenen we enkele van die verhalen op. In dit artikel alleskunner Willy de Bruin. Willy werkte 30 jaar bij WBM. Sterker nog, hij was de allereerste werknemer van ons bedrijf; hij kreeg loonnummer 1. De uit Born afkomstige WBM-er reisde dagelijks naar Stramproy, een voor die tijd aardige afstand: “Ik zei weleens voor de gein, als ik die reis maakte naar die uithoek van Limburg: ‘Ik lijk wel een missionaris die naar Stramproy moet!’

In 1968 begon het allemaal. Toen was hij nog in dienst van de WBM machinefabriek, maar er waren plannen voor het Staalservice centrum. “In de wandelgangen hoorde je wel eens wat over die plannen”, zegt Willy. “Er werd tegen mij gezegd dat ze mij misschien zouden vragen voor de opstart. En op een dag werd dat werkelijkheid. We gingen bij WBM een plaatbewerkingsbedrijf oprichten.”

Machines uitzoeken
De plannen kregen vorm in een voor Willy ingericht apart kantoortje. “Ik had daar een kacheltje op petroleum, dat herinner ik me nog goed. Het was mijn taak om de machines voor het Staalservice centrum uit te zoeken. Welke moesten er komen? Wat moesten ze kunnen en hoe groot moesten ze zijn? Een aantal machines hadden we al, zo stonden er al twee kantbanken en twee knipmachines. Samen met de projectleider en de directeur van de machinefabriek gingen we beurzen af om te kijken naar wat er te koop was en wat paste bij onze wensen.”

Loonnummer 1
In 1970 begonnen de plannen op papier realiteit te worden, de ruimte in de hal in de machinefabriek werd beschikbaar gesteld voor WBM Staalservice centrum: “Vanaf dat moment kwam ik in dienst bij Staalservice, met inderdaad loonnummer 1. Dat is wel bijzonder. Ik ben zelf bij calculatie en verkoop begonnen, en ik zocht mee naar geschikte mensen voor het bedrijf. Omdat ik er een lange tijd heb gezeten, heb ik 4-5 directeuren gehad. Ook kende ik elk plekje in het gebouw, ik heb in elk kantoortje wat er was wel gezeten. Daardoor wist ik van alle afdelingen wel wat af, dat was fijn bij het inwerken van nieuwe mensen. De huidige verkoper binnendienst Wim Creemers is mijn laatste leerling geweest. In 2000 ben ik met pensioen gegaan.”

Van alle markten thuis
Willy heeft het bedrijf in zijn tijd behoorlijk zien groeien. “Uiteindelijk waren we met 80-100 man personeel. Daarnaast heb ik ook drie reorganisaties meegemaakt, dat waren geen gemakkelijke tijden. Wat ik bij WBM fijn vond, is dat ik op heel veel vlakken iets kon doen. Van de tekentafel tot uitvoering, materiaalbeheer, kwaliteitscontroles, calculatie en verkoop, ik deed alles. Dat totaalplaatje heeft me altijd al geïnteresseerd. Ik was als 16-17 jarige begonnen in het constructiebedrijf, vanaf toen vond ik het bewerken van staal al heel leuk. Tekenen en berekenen doe ik graag, maar aan de andere kant; ik wilde dat staal ook gewoon graag ruiken.”

Harde werkers
Dat WBM-ers harde werkers zijn, kan Willy beamen: “We werkten veel over om het werk af te krijgen. Dat zit een beetje in de cultuur van WBM.” Dat ging ook weleens gepaard met wat ongemak: “We gebruikten bijvoorbeeld doordrukpapier voor het bevestigen van orders. Daar kreeg je op den duur echt harde knokkels van!” Nadat Willy met pensioen ging, heeft hij tot op de dag van vandaag contact gehouden met directe collega’s: “Voor een etentje komen we nog steeds één keer per jaar bij elkaar.”